Mesdagjaar officieel van start gegaan

Woensdag 4 maart ging het Mesdag-jaar van start, met de presentatie van een boek en de digitale databank over Hendrik Willem Mesdag (1831-1915). Tot en met 7 juni bieden De Mesdag Collectie Den Haag en Teylers Museum Haarlem de dubbeltentoonstelling De Aquarel en op 28 maart heropent Panorama Mesdag na een renovatie. Iedere stad heeft wel een Mesdagstraat of -plein, maar welke BN’er achter die naam schuilgaat, weten veel mensen niet. ’Volgens mij was Mesdag een beest van een man’, zei directeur Job Ubbens van veilinghuis Christie’s. In een statige zaal in de Mesdag Collectie – het voormalige woonhuis van Mesdag aan de Haagse Laan van Meerdervoort – kreeg hij het eerste exemplaar van het boek overhandigd en sprak hij over de kunstenaar, verzamelaar, ondernemer en lobbyist.

Het romantische cliché van de straatarme kunstenaar op een zolderkamertje ging zeker niet op voor Mesdag. In de Hofstad was hij was een man van aanzien. Door erfenissen en  handel in vastgoed vergaarde hij een vermogen. De statige zaal in zijn riante woonhuis kijkt uit op een grote achtertuin met daarachter het Vredespaleis, dat Mesdag vanuit zijn raam heeft zien bouwen (1907-1913). Samen met zijn vrouw Stientje verzamelde hij ruim 700 kunstwerken, waarvan er 350 in een eigen museum naast hun huis een plek vonden. Na zijn dood werden veel kunstwerken geveild en waaierden uit over de wereld.

Zelf was hij vooral in zijn eigen tijd een gevierd schilder. Hij was lid van de Haagse School en schilderde het liefst zeegezichten. Beroemd is zijn Panorama Mesdag in de Zeestraat, twee straten van zijn woonhuis vandaan. Jarenlang was hij als oprichter en bestuurslid de stuwende kracht achter de Hollandsche Teekenmaatschappij, in navolging van Brussel opgericht in 1876 als kunstenaarsvereniging voor de belangrijkste aquarellisten. Hij zond eigen werk in voor de jaarlijkse tentoonstellingen en kocht veel kunstwerken van collega-kunstenaars. Tegenwoordig zijn de werken van Mesdag wat op de achtergrond geraakt en staan Haagse School-tijdgenoten als Anton Mauve meer in de belangstelling.

De 19e eeuw was dé eeuw van de aquarel. Een eeuw eerder was speciaal aquarelpapier ontwikkeld en werd aquarel een rage in Engeland (Constable, Turner en Gainsborough). In de 19e eeuw kwamen verfdozen met aquarelverf in metalen napjes op de markt. Dat maakte aquarelleren goedkoper en makkelijker in gebruik dan andere technieken en werd mede daardoor populair in het kunstonderwijs. De Haagse School (ca 1860-1900) was een reactie op de romantiek binnen de Nederlandse schilderkunst halverwege de 19e eeuw, toen de werkelijkheid werd geïdealiseerd. Schilders als Mesdag, Josef Israël, de gebroeders Maris en Anton Mauve wilden de werkelijkheid op papier zien te krijgen. Ze bewonderden de Franse kunstenaar van de School van Barbizon en trokken er net als zij op uit om buiten te schilderen.

Lees ook:Dubbeltentoonstelling ‘De Aquarel’ in De Mesdag Collectie Den Haag en Teylers Museum Haarlem
Lees ook:Museum Mesdag heropend als De Mesdag Collectie
Lees ook:‘HedenHaags, ik zie ik zie wat hij niet ziet’ – De Mesdag Collectie Den Haag
Lees ook:De Mesdag Collectie lanceert nieuwe website
Lees ook:Tentoonstelling ‘Hoe verzamelt een kunstenaar?’ in museum De Mesdag Collectie Den Haag

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>