Carnaval: feesten tot de vastentijd vanaf Aswoensdag begint

Carnaval is het feest voor Aswoensdag (woensdag 10 februari): de dag dat het 40 dagen durende vasten tot Pasen begint. Dit jaar is het feest van zaterdag 6 tot en met dinsdag 9 februari, al beleefden de eerste gemeenten afgelopen weekend al hun carnavalsintocht. Van oudsher is carnaval een eetfestijn: de laatste kans om je vol te proppen voor het vasten begon en je 40 dagen lang alleen het hoogstnoodzakelijke mocht eten. Op ‘vette dinsdag’ werd al het vet in huis opgemaakt, omdat dat anders zou bederven. Het vasten herinnert aan Jezus, die 40 dagen in de woestijn vastte. Het is een katholiek feest, maar heeft mogelijk heidense wortels. Net als veel andere heidense feesten zette de kerk die om in een katholieke traditie. Het ‘heidense’ carnaval werd in heel Europa gevierd.

In het Latijn betekent carne vale: ‘vaarwel aan het vlees’ en carnus navalis: ‘narrenschip’ (scheepswagen), een verwijzing naar een wagen met rondtrekkende artiesten dat er als een schip uitzag, of naar het schip waarmee de Keltische/Germaanse god van de zee uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten. De Romeinen vierden het feest van de ‘Saturnaliën’: een drink- en eetfestijn in december ter ere van de god Saturnus, met optochten en vermommingen. Carnaval is een omkeringsritueel: de knecht wordt heer en andersom (goed te zien tijdens het Carnaval van Venetië). Carnaval werd het feest waar iedereen zich kon vermommen en niet herkenbaar uit zijn dak kon gaan.

Pasen is bepalend wanneer carnaval plaatsvindt. Sinds het Concilie van Nicaea 325 nC. valt Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart). Dit jaar is dat op 27 en 28 maart, dus carnaval op 6-9 februari. Het is feest van zondag tot en met dinsdag, maar soms begint het al op donderdag en wordt er op Aswoensdag nagefeest. Het officiële carnavalsseizoen begint op 11 november (de elfde maand) om 11.11 uur (11 is het ‘gekkengetal’). Veel steden en dorpen houden dan een bijeenkomst, Maastricht de grootste. Het wordt vooral ten zuiden van de rivieren gevierd, in het noorden in katholieke streken (zoals Twente) en enclaves in protestante gebieden (Oost-Groningen, Achterhoek, de Bollenstreek, West-Friesland).

Elke stad of dorp heeft zijn carnavalsnaam en vereniging: Venlo heeft de oudste: ‘Jocus’ uit 1842. Iedere vereniging kiest een eigen prins Carnaval, die tijdelijk ‘de macht’ heeft en organiseert een eigen carnavalsoptocht. Veel steden hebben ieder jaar een eigen carnavalslied in het plaatselijke dialect met lokale verwijzingen in de tekst. Carnavalskrakers worden overal gezongen (zoals ‘Mien, waar is mijn feestneus’ er ooit één was van Toon Hermans). In café’s en bij verenigingen wordt feest gevierd. In Limburg is donderdag voor Carnaval Oude Wijven Nacht: dan zijn de straten het domein van vrouwen. Ze vernederen rondlopende mannen, knippen hun stropdassen af en jagen ze weg.

Lees ook:Carnaval – feest voor de vastentijd begint
Lees ook:Carnaval – het feest voor vastentijd – barst los
Lees ook:Carnaval 2011 barst los
Lees ook:Carnaval: het feest voor vastentijd
Lees ook:Carnaval – het katholieke feest voor de vastentijd

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>