CREMER IN VERF in Museum de Fundatie

Jan Cremer begon al op zijn veertiende met schilderen. En het was meteen raak. Geen voorzichtige eerste stappen, maar al direct de felle kleur en het grote gebaar, na meer dan een halve eeuw nog altijd de basis van zijn kunst. Cremer spreekt zich krachtig en zonder reserve uit. Onder de titel CREMER IN VERF, 1954-2014 toont Museum de Fundatie in Zwolle van zondag 19 april t0t en met 23 augustus een uitgebreid overzicht van 60 jaar schilderkunst van Jan Cremer (bron: persbericht).

Cremer is geen schrijver die schildert. Het begon met schilderen, het schrijven kwam daarna. Misschien is het juister om te stellen dat het begon met kijken. Schilderen en schrijven zijn voor Cremer twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet vast te leggen en te verwerken. De ene keer op papier, de andere keer in verf. I paint, I write, I paint, zoals de monografie heet die in 2000 aan zijn dubbeltalent werd gewijd. Jan Cremer, geboren op 20 april 1940 in Enschede, lanceerde zichzelf in het Parijs van de jaren 50, destijds een internationale smeltkroes van kunst en cultuur. Hier ontwikkelde hij zijn ‘Peinture Barbarisme’, woest beschilderde doeken met dikke lagen verf, gemengd met zand, jute en andere materialen. Met zijn onorthodoxe techniek en dito persoonlijkheid plaatste hij zichzelf in één klap in de frontlinie van de moderne kunst.

In 1961 verliet hij Parijs (waar hij wel een atelier aanhield) voor het afgelegen Ibiza. De brandende zon en het ruige landschap leidde tot een serie werken die in hun trefzekere schriftuur haast oosters aandoen. Ze laten zien hoezeer schilderen en schrijven in elkaars verlengde kunnen liggen en soms overlappen. De publicatie van zijn niets-verhullende schelmenroman Ik Jan Cremer in 1964 choqueerde de culturele elite in Nederland. Met de opbrengst van deze ‘onverbiddelijke bestseller’, die later in tientallen landen werd vertaald, vestigde hij zich in het Chelsea Hotel in New York. Daar schilderde hij geen abstracte doeken vol verfgeweld maar kleurrijke tulpenvelden, een verbinding tussen de pure schilderkunst van Parijs en Ibiza met enerzijds de Hollandse landschapstraditie en anderzijds de pop art van New York.

Het landschap, zowel in Nederland als in de oorden die hij door de jaren heen bezocht, waaronder Mongolië en Siberië, groeide uit tot het centrale thema in het geschilderde oeuvre van Jan Cremer. Meer recent zijn zeegezichten. Door de monumentale formaten en de stevig opgebrachte verflagen hebben deze stukken een sterk fysieke aanwezigheid, zoals het geval was bij ‘Peinture Barbarisme’ uit zijn beginperiode. Op deze overzichtstentoonstelling in Zwolle is Cremers’ artistieke ontwikkeling te volgen aan de hand van zes clusters van werken. Elke cluster vertegenwoordigt een fase in zijn schilderkunstige avontuur. Tot de selectie behoren schilderijen die in de jaren 60 en 70 door de Provincie Overijssel werden verworven. Een aantal kwamen van Paul Citroen, op de academie in Den Haag een van Cremers docenten.

 

 

Lees ook:Museum de Fundatie Zwolle presenteert: Van Gogh tot Cremer, Nederlandse kunstenaars in Parijs
Lees ook:De weg naar Van Eyck in museum Boijmans Rotterdam
Lees ook:Guggenheim Collectie in Cobra Museum Amstelveen
Lees ook:Keith Haring in de Kunsthal Rotterdam
Lees ook:Kunst- en antiekbeurs ART BREDA 2015

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>